Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 juni 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De huurder [gedaagde] huurt sinds 2013 een woning van Globe Vastgoed B.V. In 2014 stelde de Huurcommissie het puntenaantal van de woning vast op 92, met een maximale huurprijs van € 437,96 per maand, verlaagd tot € 350,37 vanwege een ernstig gebrek aan de woning. Dit gebrek is later hersteld. Globe vroeg de Huurcommissie in 2023 om toestemming de huurprijs weer zonder korting te rekenen, waarop de Huurcommissie oordeelde dat dit vanaf 1 maart 2023 mocht.
Globe wilde echter een hogere huurprijs van € 658,51 per maand hanteren, gebaseerd op een nieuwe puntentelling van 112 door renovatie en energiemaatregelen. De huurder betwistte dit en verwees naar de bindende uitspraak van de Huurcommissie uit 2014 en het ontbreken van een verzoek tot huurverhoging op grond van een hogere puntentelling.
De kantonrechter oordeelde dat de uitspraak van de Huurcommissie uit 2014 bindend is en dat de wet geen grondslag biedt voor een huurprijsverhoging op basis van een actuele puntentelling zonder een daartoe strekkend verzoek. Bovendien heeft Globe niet aangetoond dat de renovaties geriefverhogend waren. De vordering tot huurprijsverhoging werd daarom afgewezen en Globe werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot huurprijsverhoging wordt afgewezen en Globe wordt veroordeeld in de proceskosten.