ECLI:NL:RBROT:2025:1976
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beklag ongegrond verklaard tegen beslag op bromfiets met gestolen motorblok
Op 28 maart 2024 werd beslag gelegd op de bromfiets van klager in het kader van een strafzaak wegens gevaarlijk rijgedrag. Klager diende op 17 oktober 2024 een klaagschrift in tegen het beslag, dat op 10 januari 2025 werd behandeld. De bromfiets bleek een motorblok te bevatten dat van diefstal afkomstig was, waardoor het voertuig niet door de RDW-keuring zou komen en niet in het verkeer gebracht kan worden.
De rechtbank oordeelde dat het strafvorderlijk belang het voortduren van het beslag vordert, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de bromfiets zal onttrekken aan het verkeer. Er was geen machtiging voor vernietiging van het voertuig aanwezig, waardoor het beslag niet als beëindigd kon worden beschouwd.
Gezien het belang van strafvordering en de technische onmogelijkheid tot herkeuring, werd het beklag ongegrond verklaard. Klager kan tegen deze beslissing beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op de bromfiets wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.