De rechtbank Rotterdam heeft op 13 februari 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte wegens het medeplegen van illegale vangst van beschermde wilde zwanen, het onder zich hebben en verkopen van diverse beschermde vogelsoorten met niet-conforme pootringen, en het nalaten van een deugdelijke administratie bij bedrijfsmatige handel in vogels.
De feiten betroffen vangst van kleine en wilde zwanen in verschillende gemeenten in 2019, het bezit en verkoop van vogels voorzien van verboden Belgische pootringen, en het bedrijfsmatig houden van vogels zonder correcte administratie in de periode 2018-2020. De verdachte handelde samen met zijn broer, waarbij WhatsApp-berichten en e-mails bewijs leverden van nauwe samenwerking en afspraken.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het rapen van eieren en het gebruik van een vangkooi wegens onvoldoende bewijs. De officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard voor een deel van de administratieperiode wegens overschrijding van de administratieplicht. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 120 uur met een proeftijd van 2 jaar, mede vanwege de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn van 32 maanden.
Daarnaast werden inbeslaggenomen vogelringen verbeurd verklaard. De rechtbank benadrukte het gebrek aan respect van de verdachte voor de bescherming van wilde vogelsoorten en het belang van handhaving van de wet natuurbescherming.