ECLI:NL:RBROT:2025:2096
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging maatschappelijke opvang wegens niet ondertekenen voorwaarden
Verzoeker verbleef in een woonvoorziening met zorg, maar na beëindiging van de zorg door de zorgaanbieder en het weigeren van verdere begeleiding, dreigde hij dakloos te worden. Het college kende maatschappelijke opvang toe onder de voorwaarde dat verzoeker een laatste kans verklaring en spelregels zou ondertekenen, waarin werd bevestigd dat hij begeleiding zou krijgen zonder een huurzorgcontract.
Verzoeker weigerde deze verklaring te ondertekenen uit angst voor een huurzorgcontract, ondanks uitgebreide toelichting van het college dat dit niet het geval was. Omdat verzoeker niet aan de voorwaarden voldeed, beëindigde het college de maatschappelijke opvang. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om in de woonvoorziening te mogen blijven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker weliswaar een spoedeisend belang had, maar dat het college terecht de opvang had beëindigd omdat verzoeker niet aan de voorwaarden had voldaan. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college mocht de maatschappelijke opvang beëindigen.