Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
de minister van Financiën, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van de gestelde schuld van € 628,66 zijn van het bestaan en de eventuele opeisbaarheid geen stukken in het dossier voorhanden, zodat verweerder ook deze schuld terecht niet heeft overgenomen.
e-mailbericht van 8 februari 2021 blijkt volgens verweerder niet dat de schuld is opgeëist.
opgeëist. Uit een brief van 8 februari 2021 van de deurwaarder volgt dat er een schuld openstaat van € 204,55 en dat er zo snel mogelijk moet worden betaald om deurwaarderskosten te voorkomen. In het dossier zijn geen aanwijzingen dat er daarna een betalingsregeling tot stand is gekomen. Uit de inhoud van deze brief in combinatie met het feit dat deze schuld aan de deurwaarder is overgedragen, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat deze opeisbaar is geworden vóór 1 juni 2021. De rechtbank kan niet volgen dat er een apart bewijsstuk van de overdracht van de schuld door Billink B.V. aan Van Es Gerechtsdeurwaarders nodig is, nu de vordering van Billink B.V. in de correspondentie van Van Es Gerechtsdeurwaarders duidelijk wordt genoemd, zodat de link naar deze schuld goed te leggen is. Ook ten aanzien van deze schuld bestaat er geen redelijke twijfel dat deze is ontstaan na 31 december 2005. Verweerder had compensatie moeten verlenen voor de schuld aan Van Es Gerechtsdeurwaarders van € 339,61.