Eiser, die sinds april 2021 wegens longcovid niet volledig kan werken, betwist de vastgestelde arbeidsongeschiktheid van het UWV, met name de beperking tot 6 uur per dag en 30 uur per week. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek van het UWV onvoldoende rekening houdt met de ernstige energetische beperkingen die eiser ervaart, zoals blijkt uit diverse medische rapporten en re-integratie-inspanningen.
Hoewel het UWV een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) heeft opgesteld en een arbeidsdeskundige functies heeft geduid, concludeert de rechtbank dat de motivering van het UWV onvoldoende draagkrachtig is, vooral omdat belangrijke informatie over de energetische belastbaarheid van eiser onjuist is geïnterpreteerd. De rechtbank benadrukt dat de medische beoordeling niet volledig aansluit bij de klachten en beperkingen die uit het dossier en de rapportages van behandelaars blijken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuwe medische en arbeidskundige beoordeling uit te voeren. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra op 26 februari 2025.