Verzoeker heeft een tweede moratoriumverzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie, omdat een vonnis tot ontruiming is uitgesproken en een exploot is betekend met een geplande ontruimingsdatum.
De rechtbank overweegt dat herhaalde moratoriumverzoeken mogelijk zijn, maar dat aan herhaalde verzoeken hogere eisen worden gesteld, met name ten aanzien van de zekerheid dat lopende huurtermijnen worden voldaan. In dit geval is aannemelijk geworden dat de lopende huurtermijnen worden betaald, mede door het beschermingsbewind en het opgestarte schuldhulpverleningstraject.
De belangenafweging leidt ertoe dat het belang van verzoeker, namelijk het kunnen blijven wonen en het doorlopen van schuldhulpverlening, zwaarder weegt dan het belang van verweerders om het vonnis uit te voeren. De voorziening wordt daarom toegewezen onder de voorwaarde dat de huur tijdig wordt voldaan en de huurovereenkomst wordt nagekomen.
Verder verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. De voorziening geldt voor zes maanden vanaf 29 januari 2025 en de huurovereenkomst wordt verlengd voor die periode.