Verzoeker heeft op 31 december 2024 een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De rechtbank heeft op 12 februari 2025 deze voorziening toegewezen voor een periode van zes maanden.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat de ontruiming aankondigt. De lopende huurtermijnen worden betaald en er wordt budgetbeheer opgestart, wat aannemelijk maakt dat toekomstige termijnen ook tijdig voldaan zullen worden. Hierdoor weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 284, tweede lid, Fw, vanwege de nog lopende procedure. De voorziening geldt onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden betaald en wordt verlengd voor zes maanden vanaf 31 december 2024.