In deze civiele zaak vordert eiseres vergoeding van buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand die zij namens [persoon A] heeft gemaakt in een letselschadezaak. De aansprakelijkheid voor het ongeval was erkend en er was een vaststellingsovereenkomst gesloten over de schadevergoeding, exclusief kosten van rechtsbijstand.
Eiseres nam de belangenbehartiging over van eerdere belangenbehartigers en factureerde ruim 35 uur aan werkzaamheden. Gedaagden betwisten de redelijkheid van de kosten en het uurtarief, stellende dat het dossier overzichtelijk was en er al veel werk was verricht door voorgangers.
De kantonrechter oordeelt dat de werkzaamheden grotendeels zijn verricht, maar dat de omvang niet volledig redelijk is, met name de lange brief van november 2022 was niet noodzakelijk. Ook wordt rekening gehouden met eerdere betalingen aan eerdere belangenbehartigers en matigt de kosten met 10 uur tegen een redelijk uurtarief van € 245.
De rechter verklaart voor recht dat € 2.707,57 aan buitengerechtelijke kosten redelijk is en veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling hiervan en tot vergoeding van de proceskosten van € 1.449,37. De rest van de vordering wordt afgewezen.