ECLI:NL:RBROT:2025:2553
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
CBR legt cursus op wegens weigering bloedonderzoek bij vermoedelijk rijden onder invloed
Het CBR legde aan eiser een Educatieve Maatregel Drugs en verkeer (EMD) op nadat hij weigerde mee te werken aan een bloedonderzoek. De politie had het vermoeden dat eiser onder invloed was van drugs vanwege zijn gedrag en uiterlijke kenmerken zoals bloeddoorlopen ogen. Eiser stelde dat zijn oogziekte deze kenmerken verklaarde en verwees naar een strafrechtelijk sepot van de zaak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het CBR terecht uitging van het proces-verbaal van de politie, dat op ambtseed is opgesteld en betrouwbaar wordt geacht. Het vermoeden van rijden onder invloed werd niet weggenomen omdat eiser niet meewerkte aan het bloedonderzoek. Het strafrechtelijke sepot heeft geen invloed op de bestuursrechtelijke maatregel van het CBR.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Eiser moet de cursus volgen en krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen het beroep staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van de cursus wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.