ECLI:NL:RBROT:2025:2589

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 februari 2025
Publicatiedatum
28 februari 2025
Zaaknummer
11169255 CV EXPL 24-15845
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:448 lid 1 BWArt. 38 lid 1 Wet marktordening gezondheidszorgArt. 10 lid 1 Wet klachten en geschillen zorgArt. 4 lid 3 Regeling transparantie zorgaanbiedersArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke ontbinding geneeskundige behandelingsovereenkomst wegens schending informatieplicht over tarieven

Het Rughuis en [gedaagde] sloten op 13 april 2022 een geneeskundige behandelingsovereenkomst na verwijzing door de huisarts. Het Rughuis factureerde een totaalbedrag van € 10.043,57, waarvan [gedaagde] het grootste deel niet betaalde. De kern van het geschil betreft de vraag of Het Rughuis voldoende en tijdig heeft geïnformeerd over de tarieven van de behandeling.

De rechtbank oordeelt dat Het Rughuis haar informatieplicht heeft geschonden, zoals voorgeschreven in artikel 7:448 lid 1 BW Pro en op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg en de Wet klachten en geschillen zorg. De zorgaanbieder heeft nagelaten [gedaagde] duidelijk en tijdig te informeren over de hoge kosten en de eigen bijdrage die niet uit de facturen bleek.

Door deze tekortkoming werd [gedaagde] de mogelijkheid ontnomen om een weloverwogen keuze te maken en eventueel zorg te vergelijken of bij te sturen. De rechtbank acht dit ernstig genoeg om de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden, namelijk voor zover het de betalingsverplichting betreft. De vorderingen van Het Rughuis worden daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Het Rughuis af en ontbindt de overeenkomst gedeeltelijk wegens schending van de informatieplicht over tarieven.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11169255 CV EXPL 24-15845
datum uitspraak: 21 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Het Rughuis Holding B.V., h.o.d.n. Het Rughuis Holding,
vestigingsplaats: Sittard-Geleen,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Het Rughuis’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 12 juni 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlagen;
  • de dupliek.
1.2.
Op 24 januari 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [naam 1] namens Het Rughuis, bijgestaan door haar gemachtigde [naam 2] namens GGN. Daarnaast was [gedaagde] aanwezig.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
Tussen Het Rughuis en [gedaagde] is een geneeskundige behandelingsovereenkomst gesloten op 13 april 2022. Die is tot stand gekomen nadat de huisarts van [gedaagde] hem doorverwees naar Het Rughuis. Het Rughuis heeft [gedaagde] behandeld en daarvoor een bedrag van totaal € 10.043,57 gefactureerd. [gedaagde] heeft dit grotendeels niet betaald. Bij repliek heeft Het Rughuis haar eis verminderd met € 300,00 en op de mondelinge behandeling nog eens met € 750,00, vanwege door [gedaagde] gedane betalingen op basis van een betalingsregeling die partijen hebben afgesproken.
2.2.
Partijen zijn het oneens over de vraag of Het Rughuis [gedaagde] tijdens het intakegesprek voldoende heeft geïnformeerd over de tarieven van de behandelingen. Volgens [gedaagde] had hij niet met de behandeling ingestemd als hij vooraf op de hoogte was gesteld van de behandelkosten.
2.3.
Het Rughuis vordert betaling van de facturen, met rente en kosten. Daarnaast vordert Het Rughuis dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld.
2.4.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Het Rughuis af. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
Het Rughuis heeft haar informatieplicht geschonden
2.5.
De kantonrechter oordeelt dat Het Rughuis haar informatieplicht heeft geschonden, omdat zij [gedaagde] niet op duidelijke wijze en tijdig heeft geïnformeerd over het onderzoek en de behandeling (artikel 7:448 lid 1 BW Pro). Deze plicht wordt onder andere ingevuld door de wettelijke verplichtingen die Het Rughuis heeft op grond van artikel 38 lid 1 van Pro de Wet marktordening gezondheidszorg en artikel 10 lid 1 van Pro de Wet klachten en geschillen zorg. Op basis van deze wetsartikelen moet het Rughuis [gedaagde] informeren over de tarieven die zij voor haar behandelingen in rekening brengt.
2.6.
Naast deze wettelijke verplichtingen hanteert de Nederlandse Zorgautoriteit (hierna: NZa) beleidsregels over informatieverplichtingen. Deze zijn opgenomen in de Regeling transparantie zorgaanbieders (TH/NR-018). Uit artikel 4 lid 3 van Pro de Regeling volgt dat Het Rughuis [gedaagde] moet informeren over de tarieven die voor hem van belang zijn.
2.7.
Namens Het Rughuis is op de mondelinge behandeling desgevraagd meegedeeld dat [gedaagde] niet is geïnformeerd over de hoogte van de tarieven, maar hem is verteld dat het om een dure behandeling ging. Naar het oordeel van de kantonrechter had Het Rughuis [gedaagde] beter moeten informeren over die tarieven die zij hanteert voor de behandelingen, omdat de door haar verleende zorg niet is gecontracteerd en [gedaagde] bij uitkering door zijn zorgverzekeraar een eigen bijdrage zou moeten betalen. [gedaagde] werd pas bekend met de tarieven door de facturen die hij tussen 26 oktober 2022 en 6 december 2022 heeft ontvangen voor behandelingen die hebben plaatsgevonden tussen mei 2022 en november 2022. Het Rughuis stelt wel dat de eigen bijdrage door haar wordt kwijtgescholden, maar de hoogte van de eigen bijdrage blijkt niet uit de facturen die zij heeft gestuurd. Ook is [gedaagde] door het schenden van de informatieplicht de mogelijkheid ontnomen om een weloverwogen keuze te kunnen maken en zorg te kunnen vergelijken. [gedaagde] stelt in dit kader ook dat hij de overeenkomst niet zou hebben gesloten als hij had geweten van de hoge tarieven.
2.8.
Omdat het Rughuis [gedaagde] niet tijdig heeft geïnformeerd over de tarieven die zij hanteert, is zij tekortgeschoten in de nakoming van haar wettelijke verplichting om [gedaagde] tijdig te informeren over haar tarieven.
De overeenkomst wordt gedeeltelijk ontbonden
2.9.
De kantonrechter ontbindt de overeenkomst tussen Het Rughuis en [gedaagde] gedeeltelijk, namelijk voor zover het de verplichting van [gedaagde] tot betaling van de facturen betreft. De tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst zoals hiervoor omschreven is ernstig genoeg om een gedeeltelijke ontbinding te rechtvaardigen. Het Rughuis heeft [gedaagde] niet de mogelijkheid geboden om te sturen op de hoge kosten, nu het overgrote deel van de facturen is gestuurd aan het einde van de behandeling. Het Rughuis heeft de tekortkoming dus ook niet tijdig hersteld. De aard van de tekortkoming door Het Rughuis brengt dan ook mee dat de geneeskundige behandelingsovereenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden. De vorderingen van het Rughuis worden daarom afgewezen.
Het Rughuis moet de proceskosten betalen
2.10.
De proceskosten komen voor rekening van Het Rughuis, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Het Rughuis aan [gedaagde] moet betalen op € 50,00 aan reis- en verblijfkosten (artikel 238 lid 1 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen van Het Rughuis af;
3.2.
veroordeelt Het Rughuis in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
64363