ECLI:NL:RBROT:2025:2629

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 januari 2025
Publicatiedatum
3 maart 2025
Zaaknummer
11144224 CV EXPL 24-14483
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens verkeerde partij bij vordering tot herroeping vonnis

Eiseres heeft ANP gedagvaard met de vordering tot herroeping van een eerder vonnis, stellende dat ANP rechtsopvolger zou zijn van Hollandse Hoogte B.V. en daarmee aansprakelijk voor dat vonnis. Tijdens de zitting en op basis van het handelsregister bleek echter dat ANP niet de rechtsopvolger is, maar haar moederbedrijf ANP Holding B.V. Hierdoor is ANP niet de juiste partij in deze procedure.

De kantonrechter oordeelt dat eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat zij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Het feit dat eiseres mogelijk op basis van nieuwsberichten dacht de juiste partij te hebben gedagvaard, doet hieraan niet af; zij had onderzoek moeten doen in het handelsregister.

Omdat de procedure niet-ontvankelijk is, komt de kantonrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €510,-, inclusief wettelijke rente. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verkeerde partij is gedagvaard en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11144224 CV EXPL 24-14483
datum uitspraak: 10 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
woonplaats: Bergschenhoek,
eiseres,
gemachtigde: mr. J. Kuenen,
tegen
Algemeen Nederlands Persbureau ANP B.V.,
vestigingsplaats: Rijswijk,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.M. Pieroelie.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ANP’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 23 mei 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de akte van [eiseres] , met bijlagen;
  • de spreekaantekeningen van [eiseres] .
1.2.
Op 12 december 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [eiseres] met de gemachtigde en mevrouw [persoon A] , namens ANP met de gemachtigde.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[eiseres] heeft ANP gedagvaard, omdat zij rechtsopvolger zou zijn van Hollandse Hoogte B.V. (hierna: Hollandse Hoogte). ANP is echter niet de rechtsopvolger van die vennootschap, maar haar moederbedrijf, ANP Holding B.V. De vordering wordt daarom afgewezen.
Wat is er gebeurd?
2.2.
[eiseres] vordert herroeping van een tegen haar gewezen vonnis in een procedure die is ingeleid door Hollandse Hoogte, (kort gezegd) omdat Hollandse Hoogte de rechtbank bewust onjuist zou hebben ingelicht. [eiseres] stelt die vordering in tegen ANP, omdat ANP de rechtsopvolger van Hollandse Hoogte zou zijn. ANP verweert zich tegen die vordering en stelt zich, voor zover nu relevant, op het standpunt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De kantonrechter volgt ANP in zijn standpunt. Uit de in het handelsregister gedeponeerde fusieakten blijkt dat niet ANP, maar haar moederbedrijf (ANP Holding B.V.) rechtsopvolger is van Hollandse Hoogte. [eiseres] zal daarom niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. Dat [eiseres] op basis van bijvoorbeeld nieuwsberichten in de veronderstelling was dat zij de juiste partij gedagvaard heeft is niet relevant, omdat [eiseres] op basis van de openbaar beschikbare documenten uit het handelsregister onderzoek had moeten (laten) doen. Gelet hierop wordt aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering niet toegekomen.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan ANP moet betalen op € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,-aan nakosten. Dat is in totaal € 510,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in de vordering;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van ANP worden begroot op € 510,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
527