ECLI:NL:RBROT:2025:2641

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 maart 2025
Publicatiedatum
3 maart 2025
Zaaknummer
11424391 CV EXPL 24-29837
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 RvArt. 24 Zorgverzekeringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling zorgpremie en detentieverklaring in geschil tussen VGZ en verzekerde

VGZ Zorgverzekeraar vordert van de verzekerde betaling van een achterstand van €1.359,04 aan zorgpremies en zorgkosten. De verzekerde betwist de vordering en stelt dat hij vanaf september 2023 gedurende negen maanden in detentie zat, waardoor hij volgens artikel 24 van Pro de Zorgverzekeringswet geen premie verschuldigd zou zijn.

De kantonrechter stelt vast dat de verzekerde geen geldige detentieverklaring heeft overgelegd die de detentieperiode bevestigt. Wel is een Duits document ingediend, maar dit is onvoldoende om de detentieperiode exact vast te stellen. Daarom krijgt de verzekerde de mogelijkheid om alsnog een verklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of Reclassering Nederland te overleggen.

De zaak wordt verwezen naar een rolzitting op 27 maart 2025, waarbij de verzekerde de verklaring kan indienen. Indien de verklaring tijdig wordt ingediend, hoeft de verzekerde niet te verschijnen en kan VGZ hierop reageren. Alle overige beslissingen worden aangehouden totdat duidelijk is of de detentieverklaring wordt overgelegd en de hoogte van de achterstand definitief vaststaat.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting om een detentieverklaring aan te leveren ter beoordeling van de premieachterstand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11424391 CV EXPL 24-29837
datum uitspraak: 28 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
VGZ Zorgverzekeraar N.V.,
vestigingsplaats: Arnhem,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.J.F. de Geus,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘VGZ’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 14 oktober 2024, met bijlagen;
  • de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord van [gedaagde], met het document dat hij toen heeft overhandigd;
  • de repliek, met bijlagen;
  • de mail van [gedaagde] van 13 januari 2025.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] heeft een zorgverzekering afgesloten bij VGZ. Volgens VGZ heeft hij een betaalachterstand van € 1.359,04 laten ontstaan en weigert hij die te betalen, ondanks aanmaningen. VGZ eist daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om dat bedrag aan haar te betalen, met rente, incassokosten en proceskosten.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis. Hij stelt dat hij vanaf september 2023 negen maanden gedetineerd was en daardoor niet kon betalen of hoeft te betalen.
Het uitgangspunt is dat [gedaagde] € 1.359,04 moet betalen
2.3.
Volgens VGZ heeft [gedaagde] een achterstand van € 1.359,04. Ze heeft bij de dagvaarding een specificatie van dat bedrag gevoegd. Het gaat om premie voor de maanden september, oktober en december 2023, januari 2024 en maart tot en met juli 2024. Daarnaast gaat het om € 197,49 aan zorgkosten uit maart en september 2023, die VGZ heeft vergoed.
2.4.
[gedaagde] heeft niet aangevoerd dat de specificatie onjuist is, of dat hij die bedragen al heeft betaald. Het uitgangspunt is dus dat hij het bedrag van € 1.359,04 alsnog moet betalen.
[gedaagde] krijgt de gelegenheid om alsnog een detentieverklaring aan te leveren
2.5.
Als het klopt dat [gedaagde] vanaf september 2023 negen maanden gedetineerd was, hoeft hij inderdaad voor die periode geen premie voor de zorgverzekering te betalen (artikel 24 Zorgverzekeringswet Pro). Maar op dit moment kan de kantonrechter niet vaststellen of dit zo is. In de wet staat dat [gedaagde] dit aan kan tonen met een verklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of van Reclassering Nederland. Zo’n verklaring heeft [gedaagde] niet aangeleverd.
2.6.
[gedaagde] heeft bij zijn mondelinge verweer wel een Duits document aangeleverd. Daaruit lijkt inderdaad te volgen dat hij een periode gedetineerd is geweest in Duitsland, maar het is onduidelijk wanneer die detentie is gestart en wanneer die is geëindigd.
2.7.
De kantonrechter geeft [gedaagde] alsnog de kans om een verklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of Reclassering Nederland in te dienen bij de rechtbank (artikel 22 lid 1 Rv Pro). De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat wanneer hij dat niet doet, hij het volledige bedrag van € 1.359,04 moet betalen.
2.8.
De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van
donderdag 27 maart 2025 om 11.30 uur, zodat [gedaagde] de verklaring in kan dienen. Als [gedaagde] de verklaring opstuurt, moet deze uiterlijk 26 maart 2025 in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat [gedaagde] naar de rolzitting komt.
2.9.
Als [gedaagde] een verklaring indient, dan mag VGZ daar nog op reageren.
Alle beslissingen worden aangehouden
2.10.
Alle andere beslissingen hangen samen met de vraag hoe groot de achterstand van [gedaagde] is en dus van de vraag of hij gedetineerd was. De kantonrechter houdt die beslissingen daarom aan.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
donderdag 27 maart 2025 om 11.30 uurzodat [gedaagde] een detentieverklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of Reclassering Nederland in kan dienen;
3.2.
houdt alle overige beslissingen aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
33394