ECLI:NL:RBROT:2025:2649
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid in civiele procedure
Verzoekers dienden op 11 januari 2025 een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele hoofdzaak. De wrakingskamer moest beoordelen of de rechter tijdens een mondelinge behandeling op 8 januari 2025 partijdig was of de schijn daarvan wekte.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen sprake was van vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Wraking kan alleen worden toegewezen bij bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid vormen. Het verzoek was gebaseerd op onvrede over procesbeslissingen van de rechter, wat volgens de kamer geen grond voor wraking is.
De wrakingskamer vond dat de motivering van de procesbeslissingen niet getuigde van vooringenomenheid. De rechter had onder meer geweigerd de gehele pleitnota van verzoekers toe te laten en geen verstek verleend tegen de tegenpartij. Ook het toevoegen van nader toegezonden stukken aan het dossier werd niet als partijdig beoordeeld. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.