Eiser huurt sinds 2016 een woning van gedaagde, een sociale verhuurder. Na aantreffen van harddrugs in de woning heeft de burgemeester deze gesloten op grond van de Opiumwet. Gedaagde heeft daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en ontruiming gevorderd. De rechtbank heeft dit ontbindingsvonnis in januari 2025 toegewezen en de ontruiming bevolen, uitvoerbaar bij voorraad.
Eiser is in voorlopige hechtenis genomen, waarvan de schorsing onder voorwaarden is verleend, waaronder verblijf in de woning. Eiser vordert in kort geding dat de executie van het ontruimingsvonnis wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist, stellende dat nieuwe feiten zoals de schorsing en zijn zorg voor een zieke moeder niet zijn meegewogen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat deze omstandigheden geen nieuwe feiten zijn die tot schorsing leiden, omdat zij reeds in de bodemprocedure aan de orde waren of door eiser zelf zijn veroorzaakt. Ook is geen sprake van misbruik van recht door gedaagde. Het verzoek wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.