Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 februari 2025 in de zaak tussen
De Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
14. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster onder haar KvK-nummer zorgovereenkomsten is aangegaan met cliënten. Vanuit de B.V. zijn zorgovereenkomsten met een aantal andere cliënten gesloten. Ter zitting heeft verzoekster desgevraagd ook toegelicht dat zij de zorg ook feitelijk aan haar cliënten levert op naam van ‘ [naam zorginstelling] ’ via de eenmanszaak. Verzoekster is er al een tijd mee bezig om al haar cliënten over te hevelen naar de B.V., maar dat is nog niet afgerond. Er lijkt verwarring te zijn ontstaan, omdat de aanwijzing van verweerder is geadresseerd aan de eerste handelsnaam van verzoekster – [naam bedrijf] – en niet op naam van [naam zorginstelling] , de tweede handelsnaam van verzoekster. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat verzoekster heeft bedoeld twee verschillende bedrijven op te richten, is er feitelijk gezien geen verschil tussen [naam bedrijf] en [naam zorginstelling] . Het is immers dezelfde eenmanszaak, met hetzelfde KvK-nummer. Gelet hierop heeft verweerder [naam bedrijf] naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht als zorgaanbieder in de zin van de Wkkgz aangemerkt. Verweerder kon verzoekster dus een aanwijzing als bedoeld in artikel 27 van Pro de Wkkgz geven.