ECLI:NL:RBROT:2025:2817
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanwijzing en publicatie Inspectie Gezondheidszorg
Verzoekster, een zorgaanbieder, kreeg op 14 januari 2025 een aanwijzing van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd op grond van artikel 27 Wkkgz Pro vanwege het niet voldoen aan zorgkwaliteitsnormen. Na eerdere inspecties in oktober 2023 en oktober 2024 constateerde de Inspectie structurele tekortkomingen en onvoldoende verbetervermogen bij verzoekster.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om publicatie van de aanwijzing en het inspectierapport te voorkomen. Zij stelde dat publicatie onherstelbare reputatieschade en financiële schade zou veroorzaken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er weliswaar sprake was van een spoedeisend belang, maar dat de aanwijzing en publicatie wettelijk verplicht zijn en het transparantiebelang zwaarder weegt dan het individuele belang van verzoekster. De tekortkomingen in de zorg waren voldoende vastgesteld en verzoekster voldeed nog niet aan de normen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de aanwijzing en publicatie wordt afgewezen.