De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008, die sinds april 2024 verblijft bij een jeugdhulpaanbieder. De minderjarige maakt positieve ontwikkelingen door, zoals het stoppen met blowen en het behalen van een diploma in februari 2025, met een motivatie om in de zorg te werken. Er is geen contact meer tussen de minderjarige en de voogd, en een verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag is ingediend.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, was de voogd afwezig ondanks juiste oproeping. De kinderrechter heeft de minderjarige een brief gestuurd waarin waardering wordt uitgesproken voor haar positieve stappen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert om de voogdij te beëindigen en het gezag aan de gecertificeerde instelling toe te wijzen.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. De zorgen zijn onverminderd aanwezig, maar de minderjarige stabiliseert en ontwikkelt zich positief. De verlenging is noodzakelijk voor haar verzorging en opvoeding. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.