De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht de rechtbank Rotterdam om de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen op te heffen. De kinderen wonen bij hun moeder, die samen met de vader het ouderlijk gezag heeft. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot april 2025.
Tijdens de zitting, waar de vader aanwezig was maar de moeder niet, gaf de instelling aan dat de ouders hun strijd hebben gestaakt, wat rust voor de kinderen brengt. Hoewel er nog enige conflicten zijn, acht de instelling een ondertoezichtstelling niet langer effectief en is een borgingsplan opgesteld voor toekomstige conflicten.
De vader voerde geen verweer en erkende dat de ondertoezichtstelling niet het gewenste effect had gehad, maar dat er nu een werkbare situatie is ontstaan. De kinderrechter oordeelde dat de grond voor ondertoezichtstelling niet langer aanwezig is en besloot deze op te heffen. Wel benadrukte de rechter het belang van blijvende communicatie tussen de ouders om terugval in conflicten te voorkomen en de rust voor de kinderen te waarborgen.