ECLI:NL:RBROT:2025:2963
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag briefadres wegens verblijf op bestaand woonadres
Eiser diende een aanvraag in voor een briefadres bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, omdat hij geen vaste woonplek had en een briefadres nodig had voor onder meer zijn zorgverzekering. Het college wees de aanvraag af omdat eiser volgens de verstrekte gegevens het grootste deel van de week verbleef op een bestaand woonadres, waardoor hij zich daar diende in te schrijven.
Eiser stelde in beroep dat zijn verblijfssituatie was gewijzigd en dat hij niet meer op het adres verbleef, maar bijvoorbeeld in de auto van zijn zoon of bij vrienden sliep. Hij kon dit echter niet onderbouwen met bewijsstukken. De rechtbank oordeelde dat op basis van de aanvraag en de bijgevoegde verklaringen mocht worden aangenomen dat eiser een woonplaats had zoals bedoeld in de Wet BRP, en dat het college terecht het briefadres had geweigerd.
De rechtbank benadrukte dat eiser bij een gewijzigde verblijfssituatie een nieuwe aanvraag kan indienen en deze met bewijsstukken moet onderbouwen. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de aanvraag voor een briefadres.