Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 december 2024, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord, met bijlagen;
- de aanvullende bijlage van de zijde van de Gemeente;
- de pleitnota van mr. E.A. van der Lugt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De Gemeente Dordrecht vorderde in kort geding dat [gedaagde] het gehuurde, een woonwagenstandplaats, binnen 14 dagen zou ontruimen. Dit volgde op een burgemeesterlijke sluiting van het gehuurde wegens drugshandel en de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst door Woonbron namens de Gemeente.
De rechtbank oordeelde dat er geen spoedeisend belang was om de ontruiming in kort geding te gelasten, omdat de sluiting al meer dan zeven maanden geleden was opgeheven en sindsdien geen soortgelijke incidenten waren gemeld. De Gemeente kon redelijkerwijs de uitkomst van een bodemprocedure afwachten.
In de bodemprocedure zal moeten worden beoordeeld of de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro in samenhang met artikel 13b Opiumwet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is. De Gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van het gehuurde wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.