De moeder van eiseres huurde sinds 2001 een woning. Eiseres woonde sinds 2005 weer bij haar moeder en na het overlijden van haar moeder in 2024 vordert zij voortzetting van de huurovereenkomst.
Maaswonen is niet langer verhuurder en wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De verhuurder [gedaagde] betwist voortzetting en vordert ontruiming. De kantonrechter beoordeelt of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en of eiseres de huur kan betalen.
Uit verklaringen blijkt een innige, langdurige en duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen moeder en dochter, met een gezamenlijke huishouding en wederzijdse zorg. Er is geen bewijs dat eiseres de huur niet kan betalen; de huur is na overlijden steeds betaald. De vordering van eiseres wordt toegewezen, de ontruimingsvordering afgewezen en de proceskosten worden verdeeld.