ECLI:NL:RBROT:2025:3055

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 februari 2025
Publicatiedatum
10 maart 2025
Zaaknummer
11529900 VZ VERZ 25-731
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 RvArt. 69 RvArt. 78 RvArt. 79 RvArt. 93 sub b Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoorwisselbeschikking over onjuiste proceshandeling en bevoegdheid kantonrechter

Op 6 februari 2025 ontving de rechtbank Rotterdam een verzoekschrift van een gemachtigde van vennootschappen, waarin werd gevraagd de samenwerkingsovereenkomst met de verweerster te ontbinden. De kantonrechter stelde vast dat dit verzoekschrift onjuist was ingediend, omdat een dagvaarding vereist is voor deze procedure. Verzoeker kreeg de mogelijkheid om de tegenpartij alsnog correct te dagvaarden.

Daarnaast werd benadrukt dat in het oproepingsproces duidelijk moet worden vermeld wie de procespartijen zijn, aangezien uit het verzoekschrift niet helder bleek dat de vennootschappen de eisers zijn en de verweerster de gedaagde. Tevens werd de bevoegdheid van de kantonrechter ter discussie gesteld, omdat de waarde van het geschil vermoedelijk hoger is dan € 25.000 en de zaak niet onder de exclusieve kantonrechterlijke bevoegdheid valt.

Verzoeker werd opgedragen binnen een gestelde termijn duidelijkheid te verschaffen over de absolute en relatieve bevoegdheid van de kantonrechter. Bij het uitblijven van een correcte dagvaarding zou verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard en de zaak niet inhoudelijk worden behandeld. De procedure wordt voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure en de zaak wordt verwezen naar een rolzitting op 25 maart 2025.

Uitkomst: Verzoeker krijgt gelegenheid tot correcte dagvaarding en moet zich uitlaten over bevoegdheid, anders niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11529900 VZ VERZ 25-731
datum uitspraak: 27 februari 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van

1.[verzoeker 1] ,

2.
[verzoeker 2] .,
gevestigd te Rotterdam,
verzoekers,
vertegenwoordigd door: [persoon A] ,
tegen
[verweerster],
gevestigd te Vinkeveen,
verweerster,
die nog niet is opgeroepen in deze procedure.

1.De beoordeling

[persoon A] heeft een verkeerd processtuk gebruikt
1.1.
Op 6 februari 2025 heeft de rechtbank per mail een verzoekschrift ontvangen van [persoon A] . Daarin vraagt hij de kantonrechter om de samenwerkingsovereenkomst tussen vennootschappen waarvan hij directeur is en [verweerster] te ontbinden en te bepalen dat er geen verplichtingen meer bestaan op basis van die overeenkomst. [persoon A] kan deze procedure niet met een verzoekschrift beginnen. Dat moet met een dagvaarding, omdat niet uit de wet blijkt dat dit met een verzoekschrift kan (artikel 78 en Pro 261 Rv). [persoon A] heeft dus een verkeerd processtuk gebruikt.
[persoon A] mag de tegenpartij alsnog met een exploot oproepen
1.2.
De kantonrechter geeft [persoon A] de gelegenheid om de tegenpartij alsnog met een exploot door de deurwaarder te laten oproepen (artikel 45 Rv Pro). Ook bepaalt de kantonrechter dat de procedure wordt voorgezet als dagvaardingsprocedure. [persoon A] mag zijn stellingen aanpassen aan de regels die gelden voor die procedure (artikel 69 Rv Pro). Daarvoor kan het nuttig zijn om juridisch advies te vragen.
1.3.
Als de kantonrechter op de datum die onder de beslissing staat geen oproepingsexploot van [persoon A] heeft ontvangen, wordt [persoon A] niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. De zaak wordt dan niet inhoudelijk beoordeeld.
In het exploot moet duidelijk staan wie de partijen zijn
1.4.
Uit de aanhef en de ondertekening van het verzoekschrift (in samenhang met de bijlagen) begrijpt de kantonrechter dat [persoon A] niet zelf de verzoekende partij is, maar alleen de vennootschappen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] . De kantonrechter begrijpt verder dat [verweerster] de verweerder is en dus niet [persoon B] zelf. Dat is daarom ook zo in de kop van deze beschikking weergegeven. Het staat echter niet duidelijk in het verzoekschrift. In het exploot moet [persoon A] daarom duidelijk tot uitdrukking brengen wie de eisende en gedaagde partij zijn (artikel 45 en Pro 111 Rv).
In het exploot moet [persoon A] er op ingaan of de kantonrechter bevoegd is
1.5.
[persoon A] moet verder op de datum die in de beslissing staat laten weten of de kantonrechter volgens hem (absoluut) bevoegd is deze zaak te behandelen. De kantonrechter is namelijk voorlopig van oordeel dat dit niet het geval is. Het verzoek van [persoon A] is namelijk van onbepaalde waarde en de kantonrechter oordeelt dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat die gewaardeerd moet worden op maximaal € 25.000,- (artikel 93 onder Pro b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). In tegendeel: uit de bijlagen begrijpt de kantonrechter dat met de samenwerkingsovereenkomst bedragen gemoeid gaan die een stuk hoger zijn dan € 25.000,-. De zaak gaat ook niet over een onderwerp dat altijd door de kantonrechter moet worden behandeld (artikel 93 sub c en Pro d Rv).
1.6.
[persoon A] moet tevens op de datum die in de beslissing staat laten weten of de kantonrechter c.q. rechtbank Rotterdam (relatief) bevoegd is. Gelet op de vestigingsplaats van [verweerster] (De Ronde Venen) komt het de kantonrechter voorshands voor dat de rechtbank Midden-Nederland c.q. de kantonrechter in Utrecht, relatief bevoegd is
1.7.
Als de kantonrechter Rotterdam niet bevoegd is, moet hij de zaak verwijzen naar het team Handel en Haven van deze rechtbank of de rechtbank Midden-Nederland (artikel 71 Rv Pro). In dat geval moet [persoon A] meer griffierecht betalen en met een advocaat procederen (artikel 79 Rv Pro).

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 25 maart 2025 om 11.30 uurwaarvoor [verzoeker 1] en [verzoeker 2] ., [verweerster] met een exploot moeten oproepen en zich daarbij direct moeten uitlaten over de bevoegdheid van de kantonrechter te Rotterdam;
2.2.
bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
2.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
33394