Eiseres, een 11-jarig meisje met het syndroom van Down, had in 2021 een buggy en driewielfiets toegekend gekregen op grond van de Wmo 2015. De buggy is echter nooit gebruikt. In 2023 werd de toekenning van de buggy met terugwerkende kracht ingetrokken en een nieuwe aanvraag afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam terecht de buggy heeft ingetrokken omdat deze niet werd gebruikt, wat conform artikel 2.3.10 Wmo 2015 is toegestaan. De stelling dat de moeder vanwege smetvrees geen tweedehands buggy kan gebruiken, is onvoldoende onderbouwd met medische stukken.
Verder is vastgesteld dat eiseres zich met de driewielfiets en lopend over redelijke afstanden kan verplaatsen, wat voldoende compenseert voor haar beperkingen. De rechtbank wijst het beroep af en veroordeelt eiseres niet tot terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
De rechtbank benadrukt dat het college niet verplicht was een medisch onderzoek te laten verrichten omdat de informatie van de school en moeder voldoende was en door eiseres is ondertekend. Het argument dat de driewielfiets gevaarlijk zou zijn omdat eiseres zelfstandig kan fietsen, wordt niet gevolgd gezien de leeftijd van haar andere kinderen en de vergrote zelfredzaamheid door de driewielfiets.