Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
2.[gedaagde 2] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 30 januari 2025, met bijlagen 1 tot en met 45;
- het betekeningsexploot van 13 februari 2025;
- de aanvullende bijlagen 46 tot en met 50 van [eiseres] ;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 2] , met bijlagen 1a tot en met 13;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] , met bijlagen 1 tot en met 7;
- de mondelinge behandeling op 21 februari 2025;
- de pleitnotities van mr. Heijsteeg;
- de pleitaantekeningen van mr. Van Dongen.
3.De vorderingen van [eiseres]
4.De beoordeling
[eiseres] heeft geen voldoende spoedeisend belang meer bij haar resterende vorderingen
is dit evenement in elk geval geregeld”. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee ook het spoedeisend belang aan de daarop betrekking hebbende vorderingen van [eiseres] komen te ontvallen. Datzelfde geldt voor de vorderingen waarvan in 4.3. is besproken dat daaraan is voldaan. [eiseres] heeft op dit moment onvoldoende spoedeisend belang bij het verkrijgen van nog meer informatie, als [gedaagde 1] c.s. daar al over beschikken. Dat [gedaagde 2] nog “officieel” opgave moet doen van de door haar op 23 december 2022 en 30 september 2023 georganiseerde evenementen staat wel vast. Het in een e-mail opgeven van slechts de recette van die evenementen voldoet immers niet; [eiseres] heeft voor haar administratie meer informatie van [gedaagde 2] nodig. Nog daargelaten dat de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat [gedaagde 2] deze opgave inmiddels heeft gedaan of op zeer korte termijn gaat doen, vloeit hieruit geen voldoende spoedeisend belang voort voor [eiseres] bij haar resterende vorderingen.
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)