Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Procesverloop
- verzoeker met zijn hiervoor genoemde advocaat;
- R. de Graaff, advocaat namens de gemeente Den Haag;
- [naam 1] , arts, verbonden aan GGZ Delfland.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Den Haag op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De maatregel was gebaseerd op een medische verklaring waarin sprake werd geacht van een psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis, met een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en dat uit de medische verklaring en eerdere toetsingen door de rechtbank Amsterdam voldoende bleek dat het vermoeden van een psychische stoornis terecht was. Verzoekers stelling dat zijn geloof en persoonlijke omstandigheden ten onrechte als psychotisch werden aangemerkt, werd verworpen.
Ook het verweer dat minder ingrijpende alternatieven niet waren onderzocht, werd ongegrond verklaard. De crisismaatregel was noodzakelijk en proportioneel geacht. Omdat het beroep ongegrond werd verklaard, wees de rechtbank het verzoek tot schadevergoeding af. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.