Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2024 op het verzet van
.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
[locatie].
Rechtbank Rotterdam
Opposant diende beroep in tegen de afwijzing van een standplaatsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat opposant geen beroepsgronden had aangevoerd en verzuim niet tijdig had hersteld.
Opposant stelde het verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat hij de verzuimherstelbrieven niet had ontvangen, mogelijk door gebrekkige postbezorging, en dat de rechtbank hem per e-mail had moeten benaderen. De rechtbank onderzocht of het beroep terecht niet-ontvankelijk was verklaard.
De rechtbank stelde vast dat de aangetekende verzuimherstelbrieven onbestelbaar retour waren gekomen omdat opposant ze niet had afgehaald, ondanks dat hij bijna altijd thuis was. Het vermoeden van regelmatige postbezorging en aanbieding ter bezorging werd niet ontzenuwd door opposant. Ook was er geen verzoek tot elektronische communicatie gedaan.
Daarom oordeelde de rechtbank dat het verzet ongegrond is en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring in stand blijft. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.