Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam veroordeelde] , veroordeelde,
Feiten
Procedure
Standpunt veroordeelde
Standpunt officier van justitie
Beoordeling
Beslissing
verklaart het bezwaar gegrond;
13 april 2025.
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde werd bij arrest van het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en voorwaardelijk in vrijheid gesteld op 5 mei 2024. Na overtredingen van bijzondere voorwaarden adviseerde de reclassering herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) voor 120 dagen. Het Openbaar Ministerie (OM) besloot dit over te nemen, maar de veroordeelde maakte bezwaar.
Tijdens de behandeling stelde de veroordeelde dat hij sinds zijn v.i. een baan als assistent-makelaar heeft en een eigen woning, die hij bij een herroeping van 120 dagen zou verliezen. Ook is hij mantelzorger. De rechtbank overwoog dat het OM bij zijn beslissing onvoldoende rekening had gehouden met deze voorzienbare gevolgen van een herroeping van meer dan drie maanden.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde meerdere keren de voorwaarden had overtreden, maar dat het belang van behoud van werk en woning zwaarwegend is, zeker gezien het financiële karakter van de oorspronkelijke strafbare feiten. Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond en bepaalde dat de veroordeelde na 90 dagen voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld, mits hij meewerkt aan het reclasseringstoezicht.
Deze beslissing werd op 7 maart 2025 door de raadkamer van de rechtbank Rotterdam uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt gegrond verklaard en de herroeping wordt beperkt tot 90 dagen.