ECLI:NL:RBROT:2025:3371

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 maart 2025
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
11510692 VV EXPL 25-51
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 RvArt. 6:119 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens illegale seksinrichting en overlast

In deze kortgedingprocedure eist de Maatschappij tot Exploitatie van Huizen en Terreinen de ontruiming van een woning die door de huurder wordt gebruikt als illegale seksinrichting. De huurder is niet verschenen, en verstek is verleend.

De Maatschappij heeft haar stellingen onderbouwd met een bestuurlijke politierapportage inclusief foto’s, waaruit blijkt dat de woning bedrijfsmatig wordt gebruikt voor illegale prostitutie en dat buren ernstige geluidsoverlast ervaren. De kantonrechter acht het aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden en de ontruiming zal worden bevolen.

Daarom wordt de huurder veroordeeld om binnen vijf dagen na betekening de woning te ontruimen en tot die datum de maandelijkse huur te betalen. Ook worden de proceskosten van ruim € 933 aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de spoedeisendheid en het belang van de Maatschappij.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vijf dagen en betaling van huur en proceskosten; het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11510692 VV EXPL 25-51
datum uitspraak: 10 maart 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
B.V. Maatschappij tot Exploitatie van Huizen en Terreinen,
vestigingsplaats: Vlaardingen,
eiseres,
gemachtigde: mr. Th.C. Visser,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘de Maatschappij’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 1 februari 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 6 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting met besproken. Daarbij was mr. S.I. Herlitschek aanwezig namens de gemachtigde van de Maatschappij. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2.De beoordeling

Waar gaat het om?
2.1.
[gedaagde] huurt een woning van de Maatschappij. Volgens de Maatschappij heeft [gedaagde] zich niet als goed huurder gedragen omdat hij de woning als bedrijfsmatige illegale seksinrichting gebruikt of laat gebruiken. De Maatschappij heeft, als eigenaar van de woning, al een officiële waarschuwing van de burgemeester van Rotterdam ontvangen. Om een einde aan deze situatie te maken eist de Maatschappij in dit kort geding dat [gedaagde] wordt veroordeeld de woning te ontruimen en tot aan de ontruiming de maandelijkse huur dan wel een gebruiksvergoeding te betalen.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van de Maatschappij volgt dat deze spoed aanwezig is.
2.3.
De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro). Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden en dat [gedaagde] zal worden veroordeeld de woning te ontruimen. De Maatschappij heeft haar stelling dat [gedaagde] de woning als illegale seksinrichting gebruikt of laat gebruiken voldoende aannemelijk gemaakt. Zij heeft dat namelijk onderbouwd door middel van de bestuurlijke politierapportage van 14 november 2024, inclusief foto’s van de situatie die de politie in de woning van [gedaagde] heeft aangetroffen. Naast de omstandigheid dat de woning voor illegale prostitutie wordt gebruikt kan daaruit ook worden afgeleid dat de directe buren van [gedaagde] veel overlast ervaren, met name geluidsoverlast in de nachtelijke uren.
2.4.
Vanwege het bovenstaande is het gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de ontbinding van de huurovereenkomst en [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen. De ontruimingstermijn wordt bepaald op 5 dagen nadat het vonnis is betekend. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een bedrag gelijk aan de maandelijkse huur (blijven) betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan de Maatschappij moet betalen op € 120,21 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 933,21. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Uit de beoordeling hiervoor volgt dat sprake is van een situatie die de Maatschappij niet langer hoeft te laten voortduren. Gelet op de door buurtbewoners ervaren overlast en het risico dat de woning, bij het voortduren van de illegale prostitutie, voor een periode van drie maanden zal worden gesloten, heeft de Maatschappij er belang bij dat [gedaagde] de woning ontruimt op het moment dat hij dit op basis van het vonnis moet doen. Daarom wordt dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van de Maatschappij te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan de Maatschappij een bedrag gelijk aan de maandelijkse huur te betalen met ingang van de maand februari 2025 tot en met de datum waarop de ontruiming plaatsvindt;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van de Maatschappij worden begroot op € 933,21 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
44487