ECLI:NL:RBROT:2025:3388

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 januari 2025
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
11358421 CV EXPL 24-25915
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6 lid 1 Verordening Rome IArt. 14 lid 2 Verordening Rome IArt. 15 EVEX II
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs koopovereenkomst bij achteraf betalen

Alektum Capital II AG vordert betaling van €75,63 van gedaagde voor een bestelling via de webwinkel Wish, waarbij de koopprijs achteraf betaald zou worden via Klarna. Alektum stelt dat de vordering via cessie bij haar terecht is gekomen en dat gedaagde niet heeft betaald ondanks aanmaningen.

Gedaagde betwist de bestelling en levering. De rechtbank toetst of de Nederlandse rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is en concludeert dat dit het Nederlandse recht is. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of tussen Wish en gedaagde een koopovereenkomst tot stand is gekomen.

Alektum heeft een orderbevestiging overgelegd, maar onvoldoende bewijs geleverd dat gedaagde daadwerkelijk de bestelling heeft geplaatst en ontvangen. De rechtbank acht het voorstelbaar dat derden met gegevens van anderen een bestelling plaatsen. Zonder aanvullend bewijs, zoals een afleverbewijs, kan niet worden vastgesteld dat gedaagde de koper is.

Daarom wordt de vordering afgewezen en ook de gevorderde rente en incassokosten. Alektum wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil aan de zijde van gedaagde, die zelf procedeert zonder gemachtigde.

Uitkomst: De vordering van Alektum wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een geldige koopovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11358421 CV EXPL 24-25915
datum uitspraak: 17 januari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de vennootschap naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
vestigingsplaats: Zug (Zwitserland),
eiseres,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Alektum’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 oktober 2024, met bijlagen;
  • de conclusie van antwoord;
  • de conclusie van repliek, met bijlagen;
  • de conclusie van dupliek (zowel mondeling als schriftelijk).

2.De beoordeling

Wat is er gebeurd?
2.1.
Volgens Alektum heeft [gedaagde] op 9 december 2020 voor een totaalbedrag van
€ 75,63 producten besteld via de webwinkel van Wish met de optie om de koopprijs van de producten achteraf (in één keer) te betalen aan Klarna, een aanbieder van een ‘achteraf betaalmethode’. Direct na het voltooien van de koopovereenkomst heeft Wish haar vordering op [gedaagde] aan Klarna overgedragen (door een zogeheten cessie). Klarna heeft de vordering vervolgens weer aan Alektum overgedragen. [gedaagde] heeft het factuurbedrag, ondanks aanmaning, grotendeels onbetaald gelaten. Daarom eist Alektum in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het openstaande factuurbedrag van € 75,63 aan haar te betalen, met rente en buitengerechtelijke kosten. [gedaagde] is het niet eens met deze eis. Hij voert aan dat hij niets op de website van Wish heeft besteld en niets geleverd heeft gekregen.
2.2.
De eis van Alektum wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.3.
Omdat Alektum gevestigd is in Zwitserland, heeft deze procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is om van deze vordering kennis te nemen. Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano van 30 oktober 2007 (PbEU 2007, L 339/3, hierna: ‘EVEX II’). Aangezien [gedaagde] in Nederland woont, is op grond van artikel 15 en Pro 16 van EVEX II de Nederlandse rechter bevoegd.
2.4.
Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening Rome I wordt de betrekking tussen Alektum als cessionaris en [gedaagde] als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 6 lid 1 Verordening Pro Rome I is dat in dit geval Nederlands recht.
Koop op afstand
2.5.
Tussen partijen is in geschil of tussen Wish en [gedaagde] een koopovereenkomst is gesloten. Het betreft een overeenkomst gesloten buiten de verkoopruimte, meer specifiek via de website van de Wish. De kantonrechter dient dan ook ambtshalve te toetsen of Wish heeft voldaan aan de (pre)contractuele- en contractuele informatieverplichtingen zoals deze voor haar gelden op grond van artikel 6:230m en 6:230v BW. De kantonrechter zal echter als gevolg van het navolgende in deze procedure niet toekomen aan ambtshalve toetsing, zodat dit in deze procedure buiten beschouwing zal blijven.
Alektum heeft onvoldoende onderbouwd dat er een koopovereenkomst is gesloten
2.6.
Alektum stelt dat [gedaagde] een bestelling heeft gedaan op de website Wish. Dit is door [gedaagde] betwist. Het is dan aan Alektum om te onderbouwen dat sprake is van een overeenkomst. Alektum heeft ter onderbouwing een orderbevestiging overgelegd van de gestelde aankoop die volgens Alektum is verzonden aan [gedaagde] . De kantonrechter is van oordeel dat Alektum hiermee onvoldoende heeft onderbouwd dat er een koopovereenkomst tussen Wish en [gedaagde] tot stand is gekomen. Dat bij de bestelling de naam van [gedaagde] is opgegeven, betekent niet zonder meer dat [gedaagde] deze gegevens heeft ingevuld. Het is ook voorstelbaar dat derden aan de hand van gegevens van anderen een bestelling plaatsen waarbij de financiering via een bedrijf als Klarna verloopt. Het had op de weg van Alektum gelegen om na het ingediende verweer van [gedaagde] (aanvullende) gegevens te overleggen waaruit volgt dat [gedaagde] de bestelling wel degelijk heeft geplaatst en in ontvangst heeft genomen. Bijvoorbeeld met een afleverbewijs waaruit blijkt dat de bestelling daadwerkelijk is bezorgd op het adres waar [gedaagde] staat ingeschreven. Nu een nadere onderbouwing door Alektum niet is gegeven, kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] ook daadwerkelijk degene is geweest die de producten in de webwinkel van Wish heeft gekocht en ook geleverd heeft gekregen.
De vordering van Alektum wordt afgewezen
2.7.
Gelet op het bovenstaande kan niet worden vastgesteld dat tussen Wish en [gedaagde] een koopovereenkomst tot stand is gekomen omdat Alektum daartoe onvoldoende heeft gesteld. Aan bewijslevering wordt niet toegekomen en de vordering wordt dan ook afgewezen.
Rente en buitengerechtelijke incassokosten
2.8.
Omdat de door Alektum geëiste hoofdsom wordt afgewezen, ontbreekt de grondslag voor toewijzing van de gevorderde wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.
Alektum moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van Alektum, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [gedaagde] op nihil, omdat hij zonder bijstand van een gemachtigde heeft geprocedeerd en niet gebleken is dat hij kosten heeft gemaakt voor deze procedure die voor vergoeding in aanmerking komen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
64039