ECLI:NL:RBROT:2025:3393

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 februari 2025
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
11354250 CV EXPL 24-4615
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:26 lid 2 BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering achteraf betaalde consumentenkoop wegens onvoldoende bewijs koopovereenkomst en levering

Billink Financial Solutions B.V. vordert betaling van €1.013,05 van gedaagde voor producten besteld via Parts4gsm met achteraf betalen. Billink baseert haar vordering op een cessie van Parts4gsm en stelt dat gedaagde de producten heeft besteld en ontvangen.

Gedaagde betwist de bestelling en levering. De rechtbank oordeelt dat Billink onvoldoende heeft onderbouwd dat er een koopovereenkomst is gesloten, mede vanwege afwijkende adressen en het ontbreken van bewijs dat gedaagde de bestelling heeft geplaatst. Daarnaast is onvoldoende bewijs geleverd dat gedaagde de producten daadwerkelijk heeft ontvangen, ondanks overgelegde ontvangstbewijzen.

De rechtbank wijst daarom de vordering af en volgt Billink niet in haar eis tot betaling van rente en buitengerechtelijke kosten. Proceskosten worden Billink opgelegd. De rechtbank toetst niet aan essentiële informatieverplichtingen omdat de vordering wordt afgewezen.

Uitkomst: De vordering van Billink wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van koopovereenkomst en levering.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11354250 CV EXPL 24-4615
datum uitspraak: 27 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te: Gouda,
eiseres,
gemachtigde: mr. F.J.M. Van der Bruggen,
tegen
[gedaagde],
wonende te: [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Billink’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 10 september 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de akte van Billink ter overlegging producties;
  • het proces-verbaal van de zitting op 6 januari 2025.
1.2.
Op 6 januari 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [gedaagde] , hoewel behoorlijk opgeroepen, niet aanwezig. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om op 23 januari 2025 te reageren, maar heeft dit niet gedaan.

2.De beoordeling

Wat is er gebeurd?
2.1.
Volgens Billink heeft [gedaagde] op 8 juli 2022, 15 juli 2022 en 18 juli 2022 voor een totaalbedrag van € 1.013,05 aan producten besteld via de webwinkel van Parts4gsm met de optie om de koopprijs van de producten achteraf (in één keer) te betalen aan Billink, een aanbieder van een ‘achteraf betaalmethode’. Parts4gsm heeft haar (pretense) vordering op [gedaagde] aan Billink overgedragen (door een zogeheten cessie). [gedaagde] heeft het factuurbedrag, ondanks aanmaning, onbetaald gelaten. Daarom eist Billink in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het openstaande factuurbedrag van € 1.013,05 aan haar te betalen, met rente en buitengerechtelijke kosten. [gedaagde] is het niet eens met deze eis. Hij voert aan dat hij niets op de website van Parts4gsm heeft besteld en niets geleverd heeft gekregen.
2.2.
De eis van Billink wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
Billink heeft onvoldoende onderbouwd dat er een koopovereenkomst is gesloten
2.3.
Billink stelt dat [gedaagde] een bestelling heeft gedaan op de website van Parts4gsm. Dit betwist [gedaagde] . Het is dan aan Billink om te onderbouwen dat sprake is van een overeenkomst. Billink heeft ter onderbouwing een orderbevestiging overgelegd van de gestelde aankoop die volgens Billink is verzonden aan [gedaagde] . De kantonrechter is van oordeel dat Billink hiermee onvoldoende heeft onderbouwd dat er een koopovereenkomst tussen Parts4gsm en [gedaagde] tot stand is gekomen. Dat bij de bestelling de naam van [gedaagde] is opgegeven, betekent niet zonder meer dat [gedaagde] (gedaagde) deze gegevens heeft ingevuld. Bovendien is [gedaagde] gedagvaard op het adres [adres 1] en de besteller heeft als adres [adres 2] opgegeven. Het staat dus niet vast dat [gedaagde] de goederen heeft besteld. Daarom moet de vordering worden afgewezen.
2.4.
Ten overvloede wordt nog het volgende overwogen. Een koopprijs is verschuldigd bij aflevering. Dat staat in artikel 7:26 lid 2 BW Pro. Het is de verkoper of de rechthebbende op de koopprijs die moet stellen en zo nodig moet bewijzen dat het gekochte geleverd is. [gedaagde] betwist ook dat hij de zaken heeft ontvangen. Billink stelt dat [gedaagde] een deel van de bestelling bij een ophaalpunt heeft laten bezorgen en een ander deel thuis. Zij stelt dat [gedaagde] bij het afhalen bij het ophaalpunt zijn identiteitsbewijs heeft laten zien en een handtekening heeft gezet. [gedaagde] betwist dit alles. Hiervoor is al overwogen dat het opgegeven huisadres afwijkt van het adres waar [gedaagde] woont. Daar komt nog bij dat het afleveradres is gewijzigd. Bovendien blijkt niet dat de handtekening die voor ontvangst is gezet van [gedaagde] afkomstig is. Deze handtekening zou overeenkomen met de handtekening die [gedaagde] heeft gezet bij de aflevering bij hem thuis. Billink legt ter onderbouwing een ondertekend ontvangstbewijs over van de bestellingen die bij het ophaalpunt zijn opgehaald, maar niet van de bestellingen die bij [gedaagde] thuis zijn afgeleverd. Hoewel dit wel gesteld wordt, valt uit de overgelegde afleverbewijzen niet op te maken dat dit daadwerkelijk dezelfde handtekening betreft als die [gedaagde] gezet zou hebben bij aflevering thuis. Daarom moet de vordering worden afgewezen.
Rente en buitengerechtelijke incassokosten
2.5.
Omdat de door Billink geëiste hoofdsom wordt afgewezen, ontbreekt de grondslag voor toewijzing van de gevorderde wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.
Essentiële informatieverplichtingen
2.6.
Aangezien de eis wordt afgewezen, heeft de kantonrechter niet getoetst of Billink (althans Parts4gsm) voorafgaand aan of bij het sluiten van de overeenkomst aan de essentiële informatieverplichtingen heeft voldaan.
Billink moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van Billink, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Billink aan [gedaagde] moet betalen op nihil, omdat zij in persoon procedeert en geen kosten heeft gesteld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering van Billink af;
3.2.
veroordeelt Billink in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk en in het openbaar uitgesproken.
64039