Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
,en haar vennoten
[eiser 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 juli 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlage;
- de akte van [eisende partij], met bijlage;
- het proces-verbaal van de zitting op 10 februari 2025.
Rechtbank Rotterdam
[Eisende partij] heeft aan [gedaagde partij] de opdracht gegeven om elektrische installatiewerkzaamheden uit te voeren in woningen te Oosterhout voor een aanneemsom van €7.780 exclusief btw. [Eisende partij] vordert een schadevergoeding van €22.168, vermeend wegens ondeugdelijke uitvoering en stelt dat [gedaagde partij] in verzuim is geraakt.
[gedaagde partij] betwist de ondeugdelijkheid van het werk, het verzuim en het causaal verband tussen de vermeende tekortkomingen en de schade. De rechtbank overweegt dat bij tekortkomingen eerst een duidelijke klacht en een redelijke hersteltermijn aan de aannemer moeten worden gegeven. Dit is niet gebeurd, omdat [eisende partij] geen schriftelijke aanmaning heeft gestuurd of andere bewijsstukken heeft overgelegd.
Hoewel [gedaagde partij] na 13 oktober 2023 niet meer aan het project werkte, betekent dit niet dat hij niet bereid was de fouten te herstellen. De rechtbank concludeert dat [gedaagde partij] niet in verzuim is geraakt en daarom geen recht op schadevergoeding bestaat.
De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de hoofdsom niet wordt toegewezen. De proceskosten worden aan [eisende partij] opgelegd en begroot op €1.221,00. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van verzuim van de aannemer.