Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 maart 2024 (bedoeld zal zijn 2025), met bijlagen;
- de e-mail van 10 maart 2025 van mr. Huurman, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de schorsing van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis dat haar verplicht tot ontruiming van haar woning. Het verstekvonnis was op 28 januari 2025 gewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor ontruiming per 12 maart 2025 dreigde.
Eiseres heeft inmiddels een beschermingsbewind aangevraagd en is gestart met schuldhulpverlening via Geldplein Rotterdam. Zij woont met twee kinderen in de woning en stelt dat ontruiming het schuldhulpverleningstraject zou doorkruisen en haar gezin op straat zou zetten. Hoewel zij pas laat hulp inschakelde, is zij gemotiveerd haar schulden op te lossen en de huur te betalen zolang het bewind nog niet is uitgesproken.
De kantonrechter weegt het belang van eiseres bij het behoud van de woning zwaarder dan het belang van Hef Wonen bij ontruiming. De schorsing wordt daarom voor zes maanden toegekend of totdat uitspraak is gedaan in de verzetprocedure. Hef Wonen wordt veroordeeld in de proceskosten van €768. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het verstekvonnis tot ontruiming wordt geschorst voor zes maanden of totdat uitspraak is gedaan in de verzetprocedure.