De consumenten [persoon A] c.s. hebben aannemingsbedrijf Werc Bouw B.V. opdracht gegeven werkzaamheden aan hun woning uit te voeren. De werkzaamheden vertoonden gebreken, waarvoor de aannemer aansprakelijk werd gesteld in een tussenvonnis van 27 november 2024.
In dit eindvonnis veroordeelt de rechtbank Werc Bouw B.V. tot betaling van een vervangende schadevergoeding van in totaal € 23.252,42, inclusief kosten van herstel en wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De rechtbank verwierp de formele verweren van Werc, waaronder opschorting, klachtplicht en verjaring, en oordeelde dat de aannemer tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst.
De omvang van de schade werd vastgesteld op basis van een schadebegroting door Lengkeek, waarbij correcties werden aangebracht wegens een te groot aangenomen oppervlak aan underlayment. Werc betwistte deze aanpassing, maar de rechtbank oordeelde dat dit debat beperkt bleef tot de omvang van de schade en dat de gebreken reeds waren vastgesteld.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan de zijde van [persoon A] c.s. toegewezen. De vorderingen van Werc in reconventie werden afgewezen en de proceskosten in reconventie werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.