De eiser sloot met de tuinman een overeenkomst voor tuinaanleg tegen een aanneemsom van €10.204,85. Na uitvoering van de werkzaamheden klaagde de eiser over diverse gebreken, waaronder slechte bestrating, scheve schutting en ondeugdelijke montage van een tuindeur. Ondanks ingebrekestelling en meerdere verzoeken herstelde de tuinman de gebreken niet.
De eiser schakelde een deskundig bedrijf in dat de gebreken bevestigde en herstelkosten begrootte op €5.926,20. De eiser zette de nakoming om in een vordering tot vervangende schadevergoeding en vorderde betaling van €6.815,04, inclusief kosten van het deskundigenbureau en verrekening van een onbetaald deel van de aanneemsom.
De tuinman voerde verweer dat hij niet hoefde te herstellen omdat het werk niet was opgeleverd en dat hij was gestopt vanwege bedreigingen door de eiser. De rechtbank verwierp dit verweer, oordeelde dat de tuinman tekort was geschoten in zijn verplichtingen en dat de eiser de omzetting naar schadevergoeding rechtsgeldig had gedaan.
De kantonrechter veroordeelde de tuinman tot betaling van de gevorderde schadevergoeding, incassokosten en proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.