De eiser was op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst bij gedaagde 1 als vrachtwagenchauffeur. Voorafgaand aan zijn indiensttreding volgde eiser een cursus waarvan de kosten door gedaagde 1 werden betaald. Na beëindiging van het dienstverband met een vaststellingsovereenkomst, waarin partijen finale kwijting verleenden, bleef een bedrag van €1.183,83 netto aan loon onbetaald.
Eiser vordert betaling van dit bedrag, inclusief wettelijke rente, wettelijke verhoging, incassokosten, een specificatie van betalingen en proceskosten. Gedaagden betwisten de vordering en stellen dat het bedrag verrekend mag worden met een lening voor studiekosten die zij aan eiser zouden hebben verstrekt.
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat sprake is van een lening of verrekeningsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst vermeldt geen schuld of verrekening van studiekosten en verleent finale kwijting. Gedaagden hebben hun tegenvordering ingetrokken. Daarom zijn zij hoofdelijk gehouden het bruto-equivalent van het loon te betalen, met een gematigde wettelijke verhoging van 15%, wettelijke rente vanaf 26 juli 2024, incassokosten van €177,57 en proceskosten van €870,26. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het niet verstrekken van een correcte specificatie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.