Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[belanghebbende sub 1] , hierna te noemen: de moeder,
[belanghebbende sub 2], hierna te noemen: de dochter,
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
mr. [persoon B] en mr. [persoon C](beiden werkzaam bij [erfenisbegeleiding] in [plaats 3] , correspondentieadres: [adres] , [postcode] [plaats 3] ), tot vereffenaars in de nalatenschap van: