Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 juni 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de akte van Gustoha van 23 januari 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De huurder had vanaf 1 oktober 2020 een bedrijfsruimte gehuurd en deze op 31 juli 2024 ontruimd. Er bleef een betalingsachterstand bestaan, waarop de verhuurder een vordering instelde.
De huurder betwistte de hoogte van de huurachterstand vanwege een vermeende te hoge huurprijs, maar erkende de huurprijsverhoging te hebben aanvaard. De rechtbank oordeelde dat partijen het eens waren over de huurprijsverhoging en veroordeelde de huurder tot betaling van € 8.890,40 plus incassokosten.
De gevorderde rente over het oorspronkelijke bedrag werd afgewezen vanwege verrekening van borg, maar wettelijke handelsrente over het openstaande saldo werd toegewezen. Proceskosten werden aan de huurder opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten en wettelijke rente.