ECLI:NL:RBROT:2025:3740
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.P. van Eeden-van Harskamp
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gedwongen schuldregeling wegens weigering schuldeiser in faillissementszaak
Verzoekster, volledig arbeidsongeschikt en onder beschermingsbewind, diende een verzoek in tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met een schuldregeling. Deze regeling voorziet in een betaling van 7,9% tegen finale kwijting, gebaseerd op haar Wajong-uitkering en NVVK-norm. Negen van de tien schuldeisers gingen akkoord, maar G.G.K. Beheer, met een vordering van 10,46% van de totale schuldenlast, weigerde.
De rechtbank stelde vast dat het voorstel deskundig was getoetst, goed gedocumenteerd en het maximaal haalbare voor verzoekster weerspiegelt. De afweging tussen het belang van de schuldeiser en de overige schuldeisers en verzoekster leidde tot de conclusie dat het belang van de meerderheid en verzoekster zwaarder weegt. De rechtbank wees het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af, omdat het akkoord een gunstiger resultaat biedt.
G.G.K. Beheer werd veroordeeld om in te stemmen met de schuldregeling, die voortaan gedwongen geldt. De kosten van de procedure werden op nihil gesteld omdat er geen griffierecht verschuldigd was en verzoekster niet door een advocaat werd bijgestaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen acht dagen worden bestreden door hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot toepassing van de WSNP af.