In deze zaak vordert het CAK betaling van een eigen bijdrage van €157,50 over 2019 van gedaagde, gebaseerd op een beschikking die formele rechtskracht heeft gekregen. Gedaagde betwist de vordering met het argument dat hij de zorgovereenkomst per 1 januari 2019 heeft opgezegd en dus geen eigen bijdrage meer verschuldigd zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat de beschikking en de daaropvolgende facturen formele rechtskracht hebben gekregen omdat gedaagde hiertegen geen bezwaar heeft gemaakt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die een uitzondering op de formele rechtskracht rechtvaardigen. Het CAK heeft bovendien gedaagde de mogelijkheid geboden bewijs te leveren dat hij geen eigen bijdrage verschuldigd was, maar gedaagde heeft hier geen gebruik van gemaakt.
De rechtbank wijst de vordering toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag van €157,50, de incassokosten van €48,40 en de proceskosten van €367,39. Er is een betalingsregeling getroffen waarbij gedaagde maandelijks €25,- betaalt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.