In deze zaak vordert ZBI Fondsmanagement GmbH betaling van een huurachterstand van € 13.278,- van [persoon B]. De huurovereenkomst zou zijn aangegaan op 6 april 2022 voor een woning te Rotterdam. Gedaagde, ZEKER Financiële Zorgverlening B.V., voert aan dat [persoon B] al vijf jaar onder bewind staat en dat de overeenkomst zonder medewerking van de bewindvoerder is gesloten, waardoor deze niet rechtsgeldig is.
De kantonrechter oordeelt dat het bewind ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst was gepubliceerd in het Centrale curatele- en bewindregister (CCBR) en dat ZBI dit had moeten kennen. Het ontbreken van medewerking en machtiging van de bewindvoerder maakt de overeenkomst in beginsel nietig. Het verweer dat de huurovereenkomst stilzwijgend is bekrachtigd door huurbetalingen wordt verworpen, omdat ZEKER dit betwist en er aanwijzingen zijn van identiteitsfraude.
Daarom wordt de vordering van ZBI afgewezen, inclusief rente en incassokosten. ZBI wordt veroordeeld in de proceskosten van € 947,-. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.