ECLI:NL:RBROT:2025:3752

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 februari 2025
Publicatiedatum
21 maart 2025
Zaaknummer
11365859 CV EXPL 24-26395
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 EVEX IIArt. 16 EVEX IIArt. 14 lid 2 Verordening Rome IArt. 6 lid 1 Verordening Rome IArt. 237 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling factuur wegens onvoldoende bewijs bestelling

Alektum Capital II AG vordert betaling van € 52,89 van de gedaagde voor een bestelling via mediamarkt.nl, betaald via Klarna. Alektum stelt dat de gedaagde de bestelling heeft geplaatst en ontvangen, maar niet heeft betaald. De gedaagde betwist de bestelling, ontvangst van de orderbevestiging en aanmaningen.

De rechtbank overweegt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Alektum heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de gedaagde de bestelling heeft geplaatst en ontvangen. Het enkele feit dat de juiste persoonsgegevens zijn gebruikt, is onvoldoende om de bestelling aan de gedaagde toe te rekenen.

Omdat Alektum haar stellingen niet voldoende heeft onderbouwd, wordt de eis afgewezen. Alektum wordt veroordeeld in de proceskosten van € 50,-. De overige aangevoerde argumenten leiden niet tot een ander oordeel.

Uitkomst: De vordering tot betaling van € 52,89 wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de bestelling door de gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11365859 CV EXPL 24-26395
datum uitspraak: 28 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Alektum Capital II AG,
vestigingsplaats: Zug te Zwitserland,
eiseres,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Alektum’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 4 oktober 2024, met bijlagen;
  • de aantekeningen van de griffier van het mondelinge antwoord;
  • de repliek, met bijlagen,
  • de mail van [gedaagde] van 13 februari 2025, waarin zij onder meer stelt op 22 januari 2025 een reactie op de repliek te hebben opgestuurd.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
Deze zaak gaat over de vraag of [gedaagde] aan Alektum een bedrag van € 52,89 verschuldigd is voor een bestelling op mediamarkt.nl.
2.2.
Volgens Alektum luidt het antwoord op die vraag bevestigend. Zij stelt daartoe het volgende. [gedaagde] heeft op of omstreeks 29 november 2021 een bestelling geplaatst via de webshop van de Media Markt voor een bedrag van € 52,89, inclusief verzendkosten. De bij de bestelling doorgegeven (adres- en e-mail)gegevens zijn van [gedaagde] . [gedaagde] heeft ervoor gekozen om de koopprijs achteraf te betalen aan Klarna. Omdat [gedaagde] niet betaalde, heeft Klarna de vordering overgedragen (middels een zogeheten cessie) aan Alektum. Volgens Alektum heeft [gedaagde] de bestelling geleverd gekregen maar het factuurbedrag, ondanks meerdere aanmaningen en sommaties, onbetaald gelaten. Daarom eist Alektum in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om € 52,89 aan haar te betalen, vermeerderd met de rente en de kosten.
2.3.
[gedaagde] is het niet eens met de eis. Zij betwist dat zij deze bestelling heeft geplaatst en dat zij een orderbevestiging per e-mail heeft ontvangen. Ook heeft zij geen bestelling ontvangen. Verder geeft [gedaagde] aan dat zij geen sommaties of aanmaningen heeft ontvangen over deze vordering.
De uitkomst
2.4.
De kantonrechter wijst de eis van Alektum af. Hierna zal worden uitgelegd waarom.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.5.
Voordat ingegaan wordt op de inhoud van de zaak overweegt de kantonrechter dat, nu Alektum in Zwitserland gevestigd is, deze procedure een internationaal karakter draagt. Allereerst dient daarom de vraag beantwoord te worden of de Nederlandse rechter bevoegd is van deze zaak kennis te nemen. Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano van 30 oktober 2007 (PbEU 2007, L 339/3, hierna: ‘EVEX II’). Aangezien [gedaagde] in Nederland woont, is op grond van artikel 15 en Pro 16 van EVEX II de Nederlandse rechter bevoegd.
2.6.
Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening Rome I wordt de betrekking tussen Alektum als cessionaris en [gedaagde] als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op artikel 6 lid 1 Verordening Pro Rome I is dat in dit geval Nederlands recht.
Alektum heeft onvoldoende onderbouwd dat een koopovereenkomst is gesloten
2.7.
Nu [gedaagde] betwist dat zij een bestelling heeft gedaan was het aan Alektum om nader te onderbouwen dat daarvan wel sprake was. Dat de juiste persoonsgegevens zijn verstrekt, betekent niet zonder meer dat [gedaagde] die heeft doorgegeven. Het is immers ook voorstelbaar dat derden met gegevens van anderen een bestelling plaatsen waarbij de financiering via een bedrijf als Klarna loopt. Het had op de weg van Alektum gelegen om na het verweer van [gedaagde] (aanvullende) feiten en omstandigheden te stellen die – als deze bewezen zouden worden – tot het oordeel kunnen leiden dat [gedaagde] de bestelling heeft geplaatst én dat deze bestelling door of namens haar in ontvangst is genomen. Alektum heeft dat niet (voldoende) gedaan. Het gebruik van het juiste (e-mail)adres betekent niet altijd dat de brieven/e-mail degene aan wie die zijn gestuurd ook hebben bereikt. Een bewijs van verzending/ontvangst van de e-mails/brieven/de bestelling is niet overgelegd. Bij repliek heeft Alektum aangevoerd dat het ook niet (meer) mogelijk is om een verzendbewijs over te leggen.
2.8.
Nu Alektum haar stelling dat [gedaagde] de bestelling heeft geplaatst en ontvangen onvoldoende heeft onderbouwd, is er ook geen reden om Alektum toe te laten tot het leveren van bewijs.
2.9.
Dit heeft tot gevolg dat de eis van Alektum wordt afgewezen. Wat partijen verder nog hebben aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel en kan daarom onbesproken blijven.
Proceskosten
2.10.
Alektum moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Alektum aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
64362