ECLI:NL:RBROT:2025:3769
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor proceskosten na civiele procedure over woningtoewijzing
Eisers woonden in een woning die voor eiseres om medische redenen ongeschikt was en hadden een urgentieverklaring voor een andere woning. De woningbouwvereniging weigerde deze woning toe te wijzen vanwege onvoldoende inkomen. Eisers voerden een civiele procedure tegen deze weigering, die zij verloren en werden veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Eisers vroegen bijzondere bijstand aan voor de proceskosten, maar verweerder weigerde dit op grond van artikel 13 lid 1 onder Pro g van de Participatiewet, dat bijzondere bijstand voor schulden uitsluit, tenzij voldaan wordt aan de uitzonderingsregeling in artikel 49 Pw Pro.
De rechtbank oordeelde dat de proceskosten een schuld vormen waarvoor geen bijzondere bijstand wordt verleend, omdat er geen sprake is van een dringende situatie zoals een dreigende uithuiszetting of afsluiting van essentiële voorzieningen. Eisers’ verzoek om artikel 49 Pw Pro uit te breiden naar andere dringende situaties werd afgewezen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eisers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd mondeling gedaan op 7 januari 2025 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor proceskosten wordt ongegrond verklaard.