Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 21 mei 2024;
- de berichten van de man van 27 en 29 januari 2025 en 11 februari 2025;
- het bericht van de vrouw van 4 februari 2025.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw verzoekt de rechtbank om het ouderschapsplan, dat tussen haar en de man is opgesteld en ondertekend, op te nemen in een beschikking. Partijen hebben geen gezamenlijk gezag; de vrouw oefent het ouderlijk gezag alleen uit. De rechtbank past artikel 819 Rv Pro analoog toe en wijst het verzoek toe, omdat het belang van het vastleggen van afspraken over het ouderschap en het verkrijgen van een executoriale titel voor de afspraken zwaarder weegt.
De minderjarige, geboren in 2009, heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw en is in de gelegenheid gesteld haar mening te geven, wat zij telefonisch met de kinderrechter heeft gedaan. De rechtbank benadrukt dat communicatie tussen ouders niet via de minderjarige moet verlopen, zeker niet over financiële zaken, om haar belangen te beschermen.
De rechtbank bepaalt dat elke partij haar eigen proceskosten draagt vanwege de aard van de procedure. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kinderrechter S.A. van Egmond op 13 maart 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag, uitsluitend door een advocaat binnen drie maanden na dagtekening.
Uitkomst: Verzoek tot opname van het ouderschapsplan in de beschikking wordt toegewezen en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.