Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres
Dienst Toeslagen,
Samenvatting
Procesverloop
€ 30.530,-. Met een besluit van 9 maart 2022 (UHT-DC-I A) heeft de Dienst Toeslagen compensatie over de maanden september tot en met december 2015 afgewezen. Bij beschikking van diezelfde datum (UHT-DH5 A) heeft de Dienst Toeslagen een hardheidstegemoetkoming over de maanden september tot en met december 2015 afgewezen.
€ 35.565,-.
drie weken te reageren indien zij een nadere zitting wensen en meegedeeld dat, indien partijen niet binnen die termijn reageren, het onderzoek zal worden gesloten. Eiseres heeft met een brief van 27 februari 2025 de rechtbank bericht geen nadere zitting te wensen. De Dienst Toeslagen heeft niet gereageerd. De rechtbank sluit het onderzoek.
Beoordeling door de rechtbank
Achtergrond
Het bedrag voor immateriële schade (artikel 2.2, onderdeel d) betreft een forfaitaire compensatie voor veronderstelde stress, ongemak en onzekerheid waarmee de gedupeerde aanvrager is geconfronteerd in de tijd die is verstreken vanaf de dagtekening van de eerste beschikking, bedoeld in artikel 2.2. onderdeel a, tot het moment van de dagtekening van de eerste beschikking waarin compensatie wordt toegekend."
Naar de Commissie meent zijn de woorden "eerste beschikking" op te vatten als per onderzoek dat tot compensatie aanleiding geeft en moet uit bovenstaande frase worden afgeleid dat de toekenning van compensatie dient plaats te vinden per onderzoek dat aanleiding geeft tot een dergelijke vergoeding.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
24 maart 2025.