Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 8 december 2023;
- het verweerschrift, ingekomen op 8 januari 2024;
- het bericht met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 8 januari 2025;
- het bericht met bijlage van de vrouw, ingekomen op 9 januari 2025.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
Naar het oordeel van de rechtbank is het vorenstaande overzicht onvoldoende om aan te nemen dat de man geen draagkracht heeft om de verzochte bijdrage te betalen. De man stelt op dit moment geen boekhouder te kunnen betalen, maar op basis van deze stelling komt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Daar komt bij dat tijdens de mondelinge behandeling is komen vast te staan dat de man in de afgelopen jaren ook inkomsten heeft gehad in verband met werkzaamheden voor het consulaat van Madagaskar. Volgens de vrouw zijn deze inkomsten buiten het zicht van de Belastingdienst gebleven, hetgeen door voormeld overzicht wordt bevestigd. De advocaat van de man heeft gesteld dat de man deze inkomsten vanwege de coronacrisis niet meer heeft, maar deze enkele stelling is onvoldoende om dat aan te nemen.”