Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar met aftrek van voorarrest, alsmede terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met bevel dat de tbs met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;
- oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
4.Waardering van het bewijs
1 januari 2024tot en met 29 maart 2024
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;
ter beschikking wordt gesteld;
- de controle van de onder 11 b) en c) gestelde voorwaarden mag slechts op zodanige wijze worden uitgevoerd dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van digitale bestanden (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan);
- een specialist (niet zijnde een opsporingsambtenaar) mag de reclassering technische ondersteuning bieden ten behoeve van de controles;
- de controles mogen drie keer per jaar worden uitgevoerd;
Reclassering Nederlandopdracht de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;
dadelijke uitvoerbaarheidvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van [slachtoffer 1]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
de benadeelde partij [benadeelde partij 2] als wettelijke vertegenwoordiger van [slachtoffer 2]niet-ontvankelijk in de vordering;
de benadeelde partij [benadeelde partij 2] als wettelijke vertegenwoordiger van [slachtoffer 2]in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als wettelijke vertegenwoordiger van [slachtoffer 1], te betalen
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge:
tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.