Eiseres heeft op 18 januari 2024 een urgentieverklaring aangevraagd op medische grond, die door Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) is afgewezen omdat zij niet over een zelfstandige woonruimte beschikt. Deze afwijzing werd bevestigd bij bezwaar en leidde tot beroep bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024, waarin is bepaald dat een aanvrager over zelfstandige woonruimte moet beschikken om voor urgentie in aanmerking te komen. Eiseres kon geen andere urgentiegrond aannemelijk maken en SUWR was niet verplicht een medisch adviseur in te schakelen.
Verder heeft eiseres een eerdere urgentieverklaring ontvangen in 2019 op grond van de hardheidsclausule. De rechtbank stelt dat SUWR redelijk heeft geoordeeld dat de hardheidsclausule niet opnieuw toegepast hoefde te worden, mede omdat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat haar eerdere woning ongeschikt was vanwege schimmel en lekkage.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de weigering van de urgentieverklaring blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.