ECLI:NL:RBROT:2025:3996
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ambtshalve adreswijziging
Verzoekster was ingeschreven op een oud adres, maar het college startte een onderzoek naar haar woonadres na signalen dat zij daar niet meer woonde. Het onderzoek wees uit dat verzoekster feitelijk woonde bij haar dochter op een ander adres. Het college schreef haar daarom ambtshalve in op dat nieuwe adres. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om haar inschrijving op het oude adres te behouden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er voldoende aanleiding was voor het adresonderzoek, mede vanwege meldingen van overlast en het feit dat verzoekster langere tijd niet was gezien op het oude adres. Tijdens het onderzoek bleek dat verzoekster op het nieuwe adres woonde, wat werd ondersteund door huisbezoeken, verklaringen van haar kleinzoon, en persoonlijke spullen en medicatie op het nieuwe adres.
Verzoekster voerde aan dat zij tijdelijk bij haar dochter verbleef vanwege ziekenhuisopnames en revalidatie, maar kon niet aannemelijk maken dat haar verblijf bij de dochter tijdelijk was. Ook haar reishistorie met het openbaar vervoer ondersteunde het oordeel dat zij op het nieuwe adres woonde. De voorzieningenrechter zag geen reden om het besluit te schorsen en wees het verzoek af.
De uitspraak is gedaan op 28 maart 2025 door de voorzieningenrechter S.M. Goossens. Verzoekster wordt geadviseerd om bij een eventuele terugkeer naar het oude adres dit zo spoedig mogelijk aan de gemeente door te geven. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de ambtshalve adreswijziging wordt afgewezen.