Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
3.Standpunt officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en het onder 2 ten laste gelegde;
- ontslag van alle rechtsvervolging voor beide feiten;
- oplegging van een maatregel ter beschikkingstelling (tbs) met voorwaarden;
- het verlenen van een zorgmachtiging in het kader van artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz), verzocht in een afzonderlijke maar gelijktijdig behandelde verzoekschriftprocedure;
- oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v Wetboek van Strafrecht (Sr);
- oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38z Sr.
4.Waardering van het bewijs
Ik dacht dat jullie dood waren’. De rechtbank is van oordeel dat dit handelen van de verdachte erop was gericht om haar buurtbewoners vrees aan te jagen.
bijlage IIheeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Oplegging maatregel(en) en/of zorgmachtiging?
sprake van een ongespecificeerde schizofreniespectrum of
zijn voor een klinische behandeling en vervolgens verblijf in het begeleid wonen. Een behandeling in een civielrechtelijk kader heeft (voor zover ik kan overzien) nog niet plaatsgevonden. De verwachting is dat het acute beeld (de psychose) relatief snel verder naar de achtergrond kan gaan en dit lijkt deels ook al te zijn gebeurd in detentie. De behandeling zou derhalve plaats moeten kunnen vinden met een zorgmachtiging en het advies is om te laten onderzoeken of een zorgmachtiging kan worden afgegeven in het kader van de schakelbepaling artikel 2.3 van de Wet forensische zorg, zodat betrokkene op basis van deze maatregel eerst klinisch kan worden behandeld. Ondergetekende verwacht dat een periode van zes maanden voldoende zou moeten zijn om betrokkene op medicatie in te stellen, waarna de behandeling vrijwillig of in het kader van de WVGGZ kan worden voorgezet.
dat de kans op geweldsdelicten, vergelijkbaar met het huidige tenlastegelegde, op de korte termijn klein is, en op langere termijn kan oplopen naar matig.
8.Maatregel ex artikel 38v en 38z Sr?
9.Voorlopige hechtenis
10.Vorderingen benadeelde partijen
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Bijlagen
13.Beslissing
€ 350,- (zegge: driehonderd vijftig euro)bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 350,- (zegge: driehonderd vijftig euro)bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 350,- (zegge: driehonderd vijftig euro)bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 500,- (zegge: vijfhonderd euro)bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 2], te betalen
€ 350,-(hoofdsom,
zegge: driehonderd vijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsommen niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
7 (zeven) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 3], te betalen
€ 350,-(hoofdsom,
zegge: driehonderd vijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsommen niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
7 (zeven) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 4], te betalen
€ 350,-(hoofdsom,
zegge: driehonderd vijftig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsommen niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
7 (zeven) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 1], te betalen
€ 500,-(hoofdsom,
zegge: vijf honderd euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsommen niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
10 (tien) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;